Is jouw huis klaar voor de toekomst?
Zo pak je isolatie slim aan met de nieuwe overheidssubsidie
Op 4 juni 2026 lanceerde minister Elanor Boekholt-O’Sullivan de landelijke campagne ‘Is jouw huis klaar voor de toekomst?’. Er is nog € 322,5 miljoen beschikbaar voor het verduurzamen van woningen in 2026, en het kabinet wil tot en met 2030 maar liefst 2,5 miljoen huizen isoleren.
Stijgende energiekosten en klimaatdoelen maken dit een bijzonder moment: de subsidie voor isolatie aan huizen staat klaar, het geld is er en de urgentie is hoog.
Maar wat betekent dit concreet voor jouw huis?
Welke isolatiemaatregelen vallen nu onder de nieuwe subsidie?
De ISDE (Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing) biedt subsidie voor vijf typen isolatiemaatregelen aan woningeigenaren, met een aanvraagtermijn tot en met 31 december 2030.
De volgende maatregelen komen nu in aanmerking:
- Spouwmuurisolatie: het vullen van de spouwmuur met isolatiemateriaal.
- Dakisolatie: isoleren van het dak aan de binnenkant (zoldervloer) of buitenkant.
- Vloerisolatie: het aanbrengen van isolatie onder de begane grondvloer.
- Gevelisolatie: isoleren van de buitengevel of binnengevel.
- HR++-glas of triple glas: vervangen van enkel of oud dubbel glas door hoogwaardig isolatieglas.
Voor glasisolatiemaatregelen die in 2025 zijn aangebracht, gelden hogere subsidiebedragen dan voorheen. Controleer het actuele bedrag per maatregel op de officiële campagnepagina van RVO, want die bedragen worden periodiek bijgesteld.
Vanaf 1 april 2026 komt UF-schuim niet meer in aanmerking voor de ISDE-subsidie en staat dit materiaal niet langer op de maatregelenlijst.
Twijfel je welke oplossing past bij jouw woning? Wij kijken graag met je mee en geven je vrijblijvend een advies op maat.
Hoe vraag je de subsidie stap voor stap aan?
Weet je welke maatregel je wilt nemen? Dan is de volgende stap de aanvraag zelf. Die verloopt via het online portaal van RVO.nl.
Zo verloopt de aanvraag in de praktijk:
- Controleer of jouw woning en maatregel in aanmerking komen: niet elke woning of elk isolatietype valt onder de subsidie. Bekijk de actuele voorwaarden op RVO.nl, inclusief de uitsluitingen die per 2026 gelden.
- Kies een erkend installateur: je bent verplicht om een gecertificeerd bedrijf in te schakelen. Werken met een niet-erkende partij betekent automatisch geen recht op subsidie. SamenStromen werkt met gespecialiseerde isolatiepartners. Zij verzorgen het advies en de uitvoering, zodat je zeker weet dat de isolatie professioneel en volgens de juiste normen wordt geplaatst.
- Verzamel de benodigde documenten: voor een subsidieaanvraag heb je altijd een factuur van de werkzaamheden en een meldcode nodig. Vraag dus aan de aannemer of installateur of die de meldcode op de factuur wil zetten. En let op: doe je een subsidieaanvraag voor isolatiemaatregelen? Lever daarnaast dan ook nog, per isolatiemaatregel, één foto aan van de werkzaamheden in je woning. Maak dus tijdens de isolatiewerkzaamheden foto’s. Doe een subsidieaanvraag binnen 24 maanden na afronding van de werkzaamheden. Denk daarnaast aan een bewijs van eigenaarschap van de woning en technische specificaties van de gebruikte materialen.
- Dien de aanvraag in: bij de ISDE vraag je de subsidie ná uitvoering van de werkzaamheden aan. Je hebt hiervoor de factuur en eventueel een opleverdocument nodig.
- Houd de aanvraagtermijn in de gaten: er geldt een maximale termijn waarbinnen je na de uitvoering moet aanvragen. Anno juni 2026 is deze termijn 24 maanden, zoals hierboven al eerder genoemd.
Let ook op deze veelgemaakte fouten:
- Te laat aanvragen: de termijn na oplevering is strikt. Mis je die, dan vervalt je recht op vergoeding.
- Geen erkend bedrijf inschakelen: controleer altijd vooraf of de installateur gecertificeerd staat.
- Onvolledige documentatie: een ontbrekende factuur of verkeerd materiaalcertificaat is vaak reden voor afwijzing.
Isolatie, zonnepanelen en een warmtepomp: zo versterken ze elkaar
Een correcte aanvraag regelt de subsidie, maar de échte winst zit in de juiste volgorde van verduurzamen. Goed geïsoleerde muren, vloeren en het dak zijn de basis van een zuinig huis. Zonder die basis werken andere installaties harder dan nodig, wat zowel je comfort als je besparing ondermijnt.
Neem een warmtepomp. Dit apparaat verwarmt je huis door warmte van buiten naar binnen te pompen, en dat doet het het meest efficiënt als de geproduceerde warmte ook binnenblijft. In een slecht geïsoleerde woning lekt een groot deel van die warmte weg via muren en dak, waardoor de warmtepomp continu op hogere capaciteit draait. Dat kost meer stroom en verkort de levensduur van het apparaat.
Hetzelfde geldt voor zonnepanelen. Stel: je woont in een tussenwoning van 100 m², bouwjaar 1975, zonder dakisolatie en met ongeïsoleerde spouwmuren, en je verbruikt jaarlijks 4.000 kWh door warmteverlies in de winter. Breng je dat verbruik door isolatie terug naar 2.500 kWh per jaar, dan renderen je zonnepanelen opeens veel beter in verhouding. Je hebt minder panelen nodig om je verbruik te dekken en de terugverdientijd daalt aanzienlijk.
De slimme volgorde van verduurzaming is daarom:
- Eerst isoleren: pak de schil van je woning aan, zodat warmteverlies minimaal is.
- Dan installaties toevoegen: een warmtepomp, zonnepanelen of thuisbatterij werken nu op een efficiënte basis.
- Ten slotte slim sturen: combineer dit met een dynamisch energiecontract om op de goedkoopste momenten stroom te gebruiken
Voor woningen zoals die uit 1975 zijn dit precies de gevallen waarvoor de subsidieregeling voor het isoleren van huizen is bedoeld. Elke stap maakt de volgende effectiever en goedkoper.
Wat bepaalt of jouw huis geschikt is — en wat kun je nu al doen?
Nu je weet hoe de subsidie werkt en waarom de volgorde van maatregelen ertoe doet, is de vraag: wat is de situatie bij jóuw woning? Niet elk huis komt automatisch in
aanmerking, maar voor de meeste woningen geldt: er is meer mogelijk dan je denkt.
De volgende factoren bepalen grotendeels wat haalbaar is:
- Woningtype: vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen bieden vaak de meeste isolatiemogelijkheden. Bij tussenwoningen is de gevel kleiner, maar zijn dak en vloer juist kansrijke plekken. Appartementen vormen een aparte categorie: maatregelen aan de gemeenschappelijke schil vragen soms afstemming met de Vereniging van Eigenaren.
- Bouwjaar: woningen gebouwd vóór 1990 hebben doorgaans de meeste isolatieachterstand en komen het vaakst in aanmerking. Nieuwere woningen zijn al beter geïsoleerd, maar kunnen nog steeds subsidiabele verbeteringen hebben.
- Energielabel: een lager label (D, E, F of G) betekent meer besparingsruimte en daarmee meer kans op subsidie. Je huidige label vind je terug via EP-online, de officiële database van de overheid.
Wat kun je vandaag nog doen?
Begin met het opzoeken van je energielabel via EP-online. Vraag daarna een energiescan aan: die brengt snel in kaart welke maatregelen het meest rendabel zijn voor jouw specifieke situatie. Een erkend energieadviseur helpt je vervolgens om de juiste subsidieaanvraag voor te bereiden.
Eén kanttekening is daarbij cruciaal: het beschikbare budget is niet oneindig. Wacht je te lang, dan is het geld op.
De campagne van minister Boekholt-O’Sullivan biedt een concrete kans om nu werk te maken van betere isolatie, mede dankzij de € 322,5 miljoen die in 2026 nog beschikbaar is. Toch vraagt een goede aanpak om voorbereiding: niet elke maatregel of elk materiaal komt in aanmerking, en de tijdelijke uitsluiting van UF-schuim laat zien hoe snel de regels kunnen veranderen.
Wie nu goed in kaart brengt welke isolatie subsidie huizen van toepassing is en welke combinatie van maatregelen het meeste oplevert, staat straks sterker: zowel qua comfort als qua energierekening. Vragen? Wij denken graag met je mee, neem vrijblijvend contact op met een van onze adviseurs.